Ontwikkeling
De multipurpose fregatten van de Karel Doormanklasse ontstonden uit de behoefte aan een modern, flexibel en betaalbaar fregat dat de uiteenlopende taken van de Koninklijke Marine kon ondersteunen na het einde van de Koude Oorlog. Waar eerdere schepen sterk waren toegespitst op ƩƩn hoofdtaak, werd deze nieuwe klasse ontworpen als een breed inzetbaar platform dat zowel onderzeebootbestrijding, oppervlakteoorlogvoering, luchtverdediging als maritieme beveiliging kon uitvoeren. De ontwikkeling vond plaats in de jaren ā80 en ā90, waarbij de marine nauw samenwerkte met Damen Schelde Naval Shipbuilding en Thales Nederland. Het resultaat was een serie van acht fregatten die tussen 1991 en 1995 in dienst kwamen.
Een gebalanceerd pakket voor meerdere dregingsniveaus
De Karel Doormanklasse werd uitgerust met een bewapeningspakket dat bewust veelzijdig was samengesteld. Het 76mm-kanon vormt het primaire wapen voor oppervlakte- en luchtverdediging op korte afstand, terwijl de Harpoon-antischeepsraketten de fregatten een serieuze slagkracht tegen oppervlakteschepen geven. Voor luchtverdediging beschikken de schepen over het NATO Sea Sparrow-systeem, aangevuld met Goalkeeper CIWS voor de laatste verdedigingslijn tegen inkomende raketten. Onderzeebootbestrijding word mogelijk gemaakt door torpedobuizen en de inzet van een helikopter met sonar en torpedoās. Deze combinatie maakt de M-fregatten tot schepen die in vrijwel elk maritiem scenario effectief kunnen opereren.
Een modern pakket voor een compleet maritiem beeld
De sensorarchitectuur van de Karel Doormanklasse was bij oplevering een van de meest geavanceerde in Europa. De LW08-langeafstandsradar vormt de kern van het luchtbeeld, terwijl de STIR-radar zorgt voor nauwkeurige vuurleiding voor raketten en kanon. Voor onderzeebootbestrijding beschikten de schepen over een actieve en passieve sonar, aangevuld met de sensoren van de boordhelikopter. De integratie van deze systemen in het SEWACO-automatiseringssysteem gaf de fregatten een hoge mate van situational awareness en maakte snelle besluitvorming mogelijk.
In de loop der jaren is het sensorpakket ingrijpend gemoderniseerd om de schepen relevant te houden in een omgeving waarin dreigingen steeds sneller, kleiner en complexer worden. Het sensorpakket is vanaf 2010 verbetert=d in het instandhoudingsprogramma (IP) M-fregatten. Als vervanger van de Anaconda DSBV 61 passieve gesleepte sonar werd de Low Frequency Active Passive Sonar (LFAPS) geplaatst. De fregatten werden ook voorzien van een nieuwe mast, dat de Thales Seastar en Thales Gatekeeper huisvest. De Seastar is een geavanceerde optronische sensor die met hoge resolutie en automatische doelherkenning een betrouwbaar beeld levert, ook onder omstandigheden waarin radar minder effectief is. De Gatekeeper is een 360āgraden elektroāoptisch systeem dat kleine en snelle doelen, zoals speedboten en drones, vroegtijdig kan detecteren en volgen.
De introductie van de NH90āhelikopter, uitgerust met een moderne dipping sonar en geavanceerde sensoren, heeft de onderzeebootbestrijdingscapaciteit verder vergroot. Voor de komst van de NH90 werd het helikopterdek en de hangaar verlengd.
Alleen de Nederlandse en Belgische fregatten hebben het volledige moderniseringsprogramma doorlopen. Portugal en Chili voerde beperkte aanpassingen door na aankoop van ieder twee fregatten.
Wereldwijd actief
De M-fregatten hebben zich gedurende drie decennia bewezen als betrouwbare werkpaarden van de Nederlandse vloot. Ze werden ingezet voor onderzeebootbestrijding tijdens NAVO-operaties, voor maritieme beveiliging in de Perzische Golf, voor humanitaire hulp en evacuaties, en voor anti-piraterijmissies voor de kust van Somaliƫ. Hun flexibiliteit maakte hen bijzonder geschikt voor internationale taakgroepen, waar ze zowel escortetaken als zelfstandige operaties konden uitvoeren. Ook in kustwateren en tijdens politietaken op zee bleken de fregatten effectief, mede dankzij hun goede manoeuvreerbaarheid en uitgebreide communicatiemiddelen. De klasse groeide uit tot een van de meest operationeel waardevolle series schepen die de marine ooit heeft gehad.
Verkoop
Na de indienststelling van de acht multipurpose fregatten van de Karel Doormanklasse bleek al snel dat het ontwerp niet alleen binnen Nederland, maar ook internationaal grote belangstelling trok. Toen de Nederlandse marine haar vloot begin jaren 2000 wilde verkleinen en moderniseren, ontstond de mogelijkheid om een deel van de Māfregatten te verkopen aan bondgenoten. Dit gebeurde in twee fasen, waarbij de schepen een nieuwe rol kregen binnen andere marines.
In 2005 en 2007 werden de Abraham van der Hulst en de Tjerk Hiddes overgedragen aan Chili, waar zij respectievelijk als BAP Almirante Blanco Encalada (FF-15) en BAP Almirante Riveros (FF-18) in dienst kwamen. Chili voerde enkele structurele aanpassingen door, waaronder de vervanging van Goalkeeper door Phalanx en een vergrote hangar voor Cougarāhelikopters. De kern van het oorspronkelijke Māfregatontwerp bleef echter behouden, waardoor de schepen een vertrouwde basis vormden binnen de Chileense vloot.
In 2009 werden Van Nes en Van Galen overgedragen aan Portugal, waar zij onder de namen NRP Bartolomeu Dias (F333) en NRP D. Francisco de Almeida (F334) in dienst kwamen. Portugal koos voor deze fregatten vanwege hun veelzijdigheid en betrouwbaarheid, en paste ze na aankoop aan voor eigen operationele eisen. De schepen bleven qua sensor- en wapensystemen grotendeels in oorspronkelijke staat, maar werden geĆÆntegreerd in Portugese commandostructuren en helikopteroperaties.
De verkoop van Māfregatten aan BelgiĆ« verliep anders dan de overdrachten aan Portugal en Chili, omdat deze plaatsvond binnen een nauwe en langdurige samenwerking tussen beide landen. BelgiĆ« besloot begin jaren 2000 zijn verouderde Wielingenklasse te vervangen en koos bewust voor de Nederlandse Māfregatten vanwege hun betrouwbaarheid, interoperabiliteit binnen NAVO en de bestaande technologische en logistieke samenwerking met Nederland. In 2007 en 2008 werden respectievelijk Karel Doorman en Willem van der Zaan overgedragen aan de Belgische Marine, waar zij in dienst kwamen als BNS Leopold I (F930) en BNS LouiseāMarie (F931).