Ontwikkeling
Aan het begin van de 21e eeuw stond de Koninklijke Marine voor een belangrijke keuze. De vloot bestond uit relatief zware oorlogsschepen, terwijl de behoefte aan langdurige patrouilles, kustwachttaken en maritieme beveiliging juist toenam. Missies tegen piraterij, drugssmokkel en internationale criminaliteit vroegen om schepen die efficiƫnt, flexibel en langdurig inzetbaar waren. Zo ontstond het idee voor een nieuwe klasse patrouilleschepen: de Hollandklasse.
De ontwikkeling van deze schepen begon rond 2005, toen duidelijk werd dat de marine behoefte had aan een type schip dat minder zwaar bewapend was dan een fregat, maar wel over moderne sensoren en goede zelfverdedigingsmiddelen beschikte. De schepen moesten vooral situational awareness bieden: een compleet beeld van wat er op zee gebeurt. Nederlandse bedrijven, waaronder Thales, speelden een grote rol in het ontwerp. Het resultaat was een innovatief concept waarin vrijwel alle sensoren werden samengebracht in één geïntegreerde mast. Deze Integrated Mast Module (IMM) werd een van de meest opvallende kenmerken van de Hollandklasse.
Tussen 2012 en 2013 kwamen de vier schepen in dienst: Zr.Ms. Holland, Zeeland, Friesland en Groningen. Ze zijn groter dan veel mensen verwachten van een patrouilleschip: ruim 108 meter lang en bijna 3.800 ton zwaar. Toch zijn ze ontworpen voor een relatief kleine bemanning. Dankzij vergaande automatisering kunnen de schepen met ongeveer vijftig vaste bemanningsleden opereren, wat ze efficiƫnt en kosteneffectief maakt.
Inzet
De Hollandklasse is vooral bedoeld voor maritieme veiligheidstaken. De schepen worden veel ingezet in het Caribisch gebied, waar ze samenwerken met de Kustwacht Caribisch Gebied. Hier onderscheppen ze regelmatig drugstransporten, begeleiden ze verdachte vaartuigen en voeren ze zoek- en reddingsacties uit. De snelle RHIBās aan boord spelen daarbij een belangrijke rol: deze kleine, wendbare boten kunnen in korte tijd een verdacht schip bereiken.
Ook buiten het Caribisch gebied zijn de schepen waardevol. Ze worden ingezet voor antipiraterijmissies, bijvoorbeeld bij de Hoorn van Afrika, en voor humanitaire hulp na natuurrampen. Dankzij hun grote actieradius en helikoptercapaciteit kunnen ze snel reageren op noodsituaties. De NH90-helikopter die ze kunnen meenemen, vergroot hun bereik en maakt het mogelijk om vanuit de lucht te verkennen of mensen te evacueren.
Hoewel de Hollandklasse geen volwaardige oorlogsschepen zijn, beschikken ze wel over voldoende bewapening om zichzelf te verdedigen en om maritieme beveiligingstaken uit te voeren. De schepen worden vooral op waarnemen, controleren en optreden tegen criminaliteit ingezet, niet op zware gevechtsoperaties.