Zr.Ms. Dolfijn is het derde schip van de Walrusklasse en werd gebouwd tijdens de laatste fase van de Nederlandse onderzeebootbouw bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). De naam Dolfijn verwijst naar het zeedier dat bekendstaat om zijn intelligentie, snelheid en wendbaarheid.
De kiellegging vond plaats op 12 juni 1986. De onderzeeboot werd te water gelaten op 25 april 1990 en in dienst gesteld op 29 juni 1993, waarmee zij de derde operationele eenheid van de nieuwe generatie Nederlandse onderzeeboten werd.
Dolfijn deelt alle kenmerkende eigenschappen van de Walrusklasse: een hydrodynamische druppelvormige romp, een X‑roer voor optimale manoeuvreerbaarheid en een stille dieselelektrische voortstuwing die haar uitzonderlijk moeilijk detecteerbaar maakt. Ze beschikt over een moderne sonar‑suite, een optronische mast en vier torpedobuizen voor Mark 48‑torpedo’s. Dankzij haar lage akoestische signatuur en grote operationele reikwijdte is Dolfijn inzetbaar voor een breed spectrum aan taken: inlichtingenvergaring, onderzeebootbestrijding, verkenning, speciale operaties en langdurige NAVO‑missies op grote afstand.
Zr.Ms. Dolfijn blijft inzetbaar tot begin jaren 2030. Vanaf circa 2034 wordt zij uitgefaseerd, parallel aan de instroom van de nieuwe Nederlandse variant van de Barracuda‑klasse. Haar uitdienststelling maakt deel uit van de laatste afbouwfase van de Walrusklasse, die rond 2037 volledig verdwijnt. Het wegvallen van Dolfijn zal opnieuw leiden tot een verkleining van de operationele capaciteit, waardoor de overgangsperiode richting de nieuwe onderzeeboten een kritische fase blijft voor de Nederlandse onderzeedienst.